• Home
  • De Plek der Moeite

De Plek der Moeite

Zij wilden leren een ‘open team’ te zijn en hadden besloten een ontwikkeltraject in te gaan. Tijdens de bijeenkomsten nam de algemeen directeur regelmatig uitvoerig het woord, waardoor anderen zich de ruimte ontnomen voelden om te spreken. Iedereen liet hem uit beleefdheid en uit ’respect’ begaan. Hier en daar werd een enkele vraag aan elkaar gesteld, maar dat veranderde de situatie niet echt. Irritatie, miskenning en ongeduld waren duidelijk voelbaar en onder de oppervlakte zichtbaar aanwezig. Iedereen voelde aan dat deze dynamiek weinig bijdroeg aan de ontwikkeling van het team. En toch was er niemand die de moed had of zich verantwoordelijk voelde om zijn gevoelens/ervaringen op tafel te leggen en de (ongezonde) dynamiek zichtbaar en bespreekbaar te maken.

Gefascineerd, verbaasd en soms ook met enige ontsteltenis kom ik dit soort schijnbare tegenstellingen in het dagelijkse (werkende) leven tegen. Mensen in teams en organisaties geven enerzijds aan bereid te zijn daadwerkelijk te willen leren en ontwikkelen. Anderzijds blijkt in de praktijk dat ze niet bereid (genoeg) zijn om hiervoor ‘de plek der moeite[1]’ op te zoeken én daar met zichzelf of met elkaar de nodige tijd te verblijven.

Het wordt volgens mij ‘de plek der moeite’ genoemd omdat het een plek is die in de hectiek en snelheid van het dagelijks leven niet altijd even makkelijk te herkennen is; het kost moeite om hem te vinden. Daarnaast is het een plek die – wanneer er eenmaal contact mee is gemaakt – niet altijd even comfortabel aanvoelt; het kost moeite om op de plek te blijven. Tegelijkertijd ligt er veel wijsheid in besloten over wat er in het moment of voor het oplossen van een bepaald vraagstuk écht nodig is, kortom: is het een plek die de moeite waard is.

In het dagelijks leven worden we veelvuldig uitgenodigd – soms subtiel, soms op een niet mis te verstane wijze – om deze zogenoemde plek der moeite bij onszelf en/of bij elkaar op te zoeken. Mijn opvatting is dat we deze uitnodiging helaas vaker (onbewust) afslaan dan goed voor ons is. Laat mij een voorbeeld geven over wat ik bedoel met het opzoeken en leren van de plek der moeite in onszelf.

Stel: ik voel een vervelende pijn in mijn schouders. Daar heb ik last van. Daar kan ik o.a. het volgende aan doen: Ik kan daar mee blijven rondlopen en in het kader van ‘niet klagen maar dragen’ hopen dat het overgaat (wat soms ook het geval is). Ik kan allerlei redenen bedenken waarom ik deze pijn heb, zodat ik ‘gelegitimeerd’ met de pijn mag rondlopen. Ik kan ook proberen om de pijn heen te bewegen zodat ik er ogenschijnlijk minder last van heb. En als de pijn dan toch blijft, zou ik er ook een pijnstiller tegenaan kunnen gooien. Het zijn slechts een aantal veelvoorkomende manieren om de pijn uit de weg te gaan, te negeren of te vermijden. Als ik het in dit voorbeeld over de plek der moeite heb, zou ik – in plaats van de pijn uit de weg te gaan – ook in de ervaring van de pijn kunnen stappen. Dit doe ik door mijn aandacht juist te richten op wat op die plek in mijn lichaam gebeurt. En te onderzoeken welke inzichten het mij oplevert als ik met aandacht, openheid en nieuwsgierigheid op deze plek blijf. Daarbij laat ik mij niet afleiden door de vele gedachten, oordelen en/of motieven over het ontstaan van deze blessure.

Zo valt misschien te leren en/of ontdekken dat de pijn die ik voel te maken heeft met het feit dat ik mijn spieren onnodig veel aanspan waardoor een zekere verkramping ontstaat. En dat – als ik daar wat meer aandacht aan geef en open blijf staan voor wat deze pijn mij nog meer te vertellen heeft – deze verkramping in relatie staat tot iets wat ik in mijn dagelijks leven probeer te voorkomen (bijvoorbeeld een conflict met mijn leidinggevende dat ik uit de weg ga). En dat onder die spanning/verkramping een angst ligt voor de consequenties en onzekerheid die deze confrontatie met zich meebrengt. Mijn ervaring is dat het verblijven op de plek der moeite ons veel kan vertellen over hoe het daadwerkelijk met ons gaat. Het aanwezig zijn (en blijven) op de plek der moeite is daarmee ook niet zozeer een eindstation, het is slechts een begin van wat vaak een (zo blijkt achteraf) betekenisvolle ontdekkingstocht is over wat op een dieperliggend niveau speelt én wat nodig is.

In organisaties kom ik veel sabotagemechanismen tegen die juist voorkomen dat deze plek gestructureerd en voldoende vaak wordt opgezocht. Waar heeft dat mee te maken? Waarom zouden we deze plek vermijden of negeren als we er zo veel van kunnen leren?

Een van de belangrijkste redenen hiervoor is dat deze manier van handelen (of beter gezegd: van niet-handelen) indruist tegen ons rendementsdenken. Want willen we deze plek opzoeken dan zullen we moeten vertragen en verstillen. We zullen de aandacht moeten brengen naar het hier-en-nu en daarbij ons doelgerichte denken even zoveel mogelijk moeten parkeren. Dit gaat in tegen onze ‘normale’ rationele wijze van handelen, waarbij we denken in oorzaak-gevolg relaties, concrete tussenstappen willen benoemen en met modellen willen werken die een complexe en weerbarstige werkelijkheid reduceren tot simpel ogende en verleidelijke schema’s[2].

Een andere belangrijke reden is dat mensen veelal liever kiezen voor de voorspelbaarheid van relaties dan de verrassing van de ontmoeting[3]. Net als in de voorbeelden beschreven, kiezen we liever voor een bekende uitkomst met weinig verrassingen (“daar gaan we weer”), dan dat we het moment aangrijpen om daadwerkelijk contact te maken en op zoek te gaan naar waar het werkelijk om gaat.

Hij was populair bij zijn collega’s. Hij had een gulle lach, een makkelijke babbel. Wanneer er een stilte viel, kon je op hem rekenen. Hij wist altijd weer de spanning te doorbreken met goedgekozen woorden die de aandacht afleidden van het onderwerp. Ooit stelde een teamgenoot hem de directe vraag: “Zijn wij eigenlijk écht collega’s?” Hij antwoordde meteen met zijn bekende lach: “Op een collega kan je rekenen. Kan ik erop rekenen dat jij op mij rekent?”. In verwarring en met een vaag gevoel van teleurstelling ging de contactmakende vraag verloren in een mist van woorden[4].

Keer op keer maak ik mee dat wanneer een team of organisatie werkelijk op zoek gaat naar en in contact komt met deze plek, de inzichten en antwoorden en daarmee de verandering(en) zich van nature aandienen. De kunst is vooral om lang genoeg op deze plek te blijven[5]. Het begrip leren krijgt op dit soort momenten ook een hele andere betekenis. Leren wordt dan opeens iets relationeels in plaats van alleen maar rationeel (zoals meestal het geval is in het bedrijfsleven) en staat in directe verbinding met de ervaring en de (werk)praktijk[6].

Ook blijkt er opeens een natuurlijke ruimte te ontstaan om met elkaar het goede gesprek te hebben over onuitgesproken opvattingen over dingen die gebeurd zijn. Dit werkt voor mensen en teams zeer verhelderend en geeft ruimte om met elkaar weer “opnieuw te beginnen”[7].

Toch blijkt het in de praktijk vaak makkelijker gezegd dan gedaan om dit proces op een goede en gezonde manier vorm te geven. Het vergt moed en vertrouwen om de zekerheid en voorspelbaarheid van resultaten op te geven voor iets wat we vooraf nog niet helemaal weten of kunnen ‘vastpakken’. En erop te vertrouwen dat dat wat zich aandient goed is. Dit is vaak een spannend proces en om deze spanningen op gezonde wijze met elkaar te kunnen (ver)dragen is veiligheid en een zekere containment nodig[8]. Dit zorgt ervoor dat de groep de aandacht kan blijven richten op de plek der moeite in plaats van terug te vallen in oude, dysfunctionele (gedrags)patronen.

Als een organisatie of team de tijd wil nemen om de plek der moeite op te zoeken is hulp van een derde mijns inziens vaak onontbeerlijk: een facilitator die in staat is om dit proces emotioneel te dragen, voldoende afstand en nabijheid weet te houden én die niet op hol slaat met snelle conclusies en interventies om het beter te maken[9].

Maar in de eerste plaats geldt de vraag of we bereid willen zijn om de plek der moeite in onszelf en met elkaar stelselmatig op te zoeken. Om niet altijd te kiezen voor de bekende weg, waarin het eenvoudig observeerbare, het direct controleerbare en het snel haalbare voorrang krijgt boven alles[10]. Maar om samen te durven en willen stilstaan bij het (geaccepteerde) zelfbeeld en de onderlinge relationele vervlechtingen. En daarbij bereid te zijn om kritisch naar het bestaande te kijken, evenals de erkenning dat het bestaande – gezien de ambities of de realiteit – niet meer functioneel of gewenst is[11]. Om van daaruit tot andere, gezondere manieren van handelen te komen. Aan ons iedere keer weer opnieuw de keuze. Heb jij de keuze al gemaakt?


[1]Tijdens een goed gesprek is mij dit begrip ter ore gekomen. Bij nader onderzoek blijkt André Wierdsma dit begrip reeds in 1999 te hebben beschreven.

[2]Nieuwenhof, R. van den & Weerdt, S. de (2008). Didactiek van de liefde. In: J. Hovelynck e.a. (red.),

Relationeel organiseren. Samen leren en werken in en tussen organisaties pp (75-105).

[3] de Graaf, A. & Kunst, K. (2010). Duurzaam Leidinggeven.

[4] Weisfelt, P. (2002) Hoe heb ik je lief.

[5] Van Beekum, S. (2008). Elk voordeel heeft zijn nadeel. De moeite om met splitsing in organisaties te werken.  

In: de Graaf, A., Levy, J. (red.) Klimaatverandering in organisaties

[6] Zie voetnoot 2.

[7]  Arendt, H. (2015). De menselijke conditie.

[8]  Bion, W. (1970). Attention and Interpretation.

[9]   Zie voetnoot 5.

[10] Zie voetnoot 2.

[11] Leren ‘tussen de neuzen’. Een interview met André Wierdsma. O&O / NR 5 2012.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *