• Home
  • Wanneer goed genoeg niet genoeg is

Wanneer goed genoeg niet genoeg is

Vraag een willekeurig persoon of hij/zij gelukkig wil zijn, en het antwoord zal natuurlijk ja zijn. Maar op de vraag of diegene nu daadwerkelijk gelukkig is, is het antwoord vaak minder overtuigend. Er bestaat een grote kans dat er een ‘ja, maar…’ antwoord komt, waarbij we aangeven in zekere zin gelukkig te zijn, maar ook aspecten kunnen noemen die ons ‘echte’ geluk zogenaamd nog in de weg staan.

Ons geluk (of gelukkig zijn) lijkt vooral te maken te hebben met het streven naar datgene wat we nog missen. Veel van onze kostbare tijd gaat hier aan verloren. Alsof goed genoeg niet meer genoeg is. Dit zorgt voor een permanente drang naar zelfverbetering en onbestemde gevoelens van onrust en ontevredenheid.

Op zich niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat we van jongs af aan onder druk gezet worden om ‘een individu’ te worden. Dat betekent jezelf onderscheiden ten opzichte van anderen. Wie/wat ben ik wel (of niet)? Hoe word ik beoordeeld door mijn docenten, medeleerlingen? Hoor ik bij groepje x of groepje y? Hoe goed is mijn citoscore? En ga zo maar door. Vraagstukken waar we ons mee bezighouden en die ons bestaansgeluk ‘bedreigen’. (Dit stuk schrijvende, kwam de herinnering weer boven dat ik zelf in die tijd – nadat ik te horen had gekregen dat mijn citoscore 543 was – naar de wc ben gelopen om mijn verdriet en teleurstelling te verwerken. Kennelijk was het voor mij niet goed genoeg.)

Je kunt je voorstellen dat het een hele uitdaging is om gedurende ons individualiseringsproces een onvoorwaardelijk gevoel van ‘okayness’ te behouden. Een gezonde opvoeding met veel ervaren veiligheid en vertrouwen kan hier zeker bij helpen. Daarnaast zou het mooi zijn als er in het onderwijs een vak zou worden gegeven waarbij we leren hoe we dit soort fundamentele uitdagingen en worstelingen op een gezonde wijze vorm weten te geven. Een dergelijk vak ben ik nog niet tegengekomen.

In het volwassen leven gaat het overigens niet veel anders. Ook dan krijgen we te maken met allerlei intelligentietesten, assessments en jaarlijkse beoordelings- en evaluatiegesprekken om te bepalen hoe we het ervan afbrengen en of we goed genoeg zijn. En is het niet in ons werk, dan is het wel in ons sociale netwerk waar we tegen een flink aantal ‘bedreigingen’ aanlopen. Elke kennis, vriend, collega of medecursist kan bedreigend zijn in de zin dat hij/zij ons helpt te herinneren dat we niet goed genoeg zijn. Zo helpt een vriend uit Bali je te herinneren dat je niet voldoende ontspant en van het leven geniet, terwijl een succesvolle collega die werkzaam is op de Zuid-as suggereert dat je je talenten verspilt als je minder dan 11 uur per dag werkt. Een kennis die bezig is met promotieonderzoek helpt je te herinneren dat je niet up to date bent van alle mooie onderzoeken en artikelen die gepubliceerd worden. En de vriend in de politiek laat zien dat jouw kennis over de (wereld)politiek lang niet compleet is.

Elke opmerking of test kan een hint bevatten over onze tekortkomingen waardoor we het risico lopen dat onze onvolledigheid en imperfectie zichtbaar wordt. En dan hebben we ook nog de media die 24 uur per dag op onze telefoons, televisie, billboards etc. aangeven dat we avontuurlijker, gezonder, slimmer en knapper moeten zijn. (Over dat laatste zouden we wellicht nog kunnen discussiëren ;))

Kortom, we lijken gevangen in een systeem waarin we ‘gedwongen’ worden om permanent bezig te zijn een verbeterde versie van onszelf te creëren. Daar is op zich toch niets mis mee hoor ik je denken, en dat is in zekere zin ook zo. Mijn punt is dat deze (wens naar) zelfverbetering veelal gevoed wordt door onze onzekerheid en ons gevoel van onvolmaaktheid. Oneigenlijke motieven dus! Als we niet oppassen komen we in een toestand terecht waarin we onszelf continu aan het evalueren zijn. We zien de wereld alleen nog maar door een vergelijkingsbril waardoor we niet meer het goede in onszelf (en in anderen) zien, maar altijd en alleen nog bezig zijn met wat fout gaat of wat ontbreekt. Het resultaat is een continue onzekerheid, onrust en ontevredenheid, waarbij we veel energie stoppen in het creëren van verdedigingsmechanismen om onze ‘tekortkomingen’ te maskeren. In deze verkramping maken we het ons onmogelijk om te ontspannen, te aarden in het moment en te genieten van datgene wat er (al wel) is.

Maar wat dan wel?

Laten we beginnen te beseffen dat sociale vergelijking niet een natuurlijk fenomeen is, maar een ongelukkige traditie uit de (Westerse) cultuur. De Dalai Lama heeft ooit eens gezegd dat hij ervan schrok dat wij hier in het Westen zo weinig liefde en respect jegens onszelf hebben. Misschien slaat hij daarmee wel de spijker op z’n kop! Wat we nodig hebben is een gezonde dosis eigenwaarde, zelfacceptatie en een gevoel voor humor en relativering. Zonder deze basisingrediënten vervallen we snel in onze neuroses om te (moeten) werken aan onze tekortkomingen.

Zodra we gaan inzien dat we van nature goed genoeg zijn, kunnen we meer rusten in ons ‘zijn’ en hoeven we minder krampachtig op zoek naar het ‘juiste’ antwoord of de oplossing die ‘ergens’ in de buitenwereld te ontdekken is. In ons heeft het idee postgevat dat als we maar hard genoeg ons best doen en continu bezig zijn, we vanzelf een keer bij het eindpunt aankomen. Maar dat is een illusie. In het Taoïsme hebben ze daar een uitdrukking voor: er is altijd een volgende berg te beklimmen. De kunst is om dit te doorzien en daarmee de door onszelf gecreëerde illusie door te prikken. Als dat lukt, kunnen we onszelf misschien makkelijker de permissie geven om minder hard al die bergen op en neer te lopen en veel meer te genieten van het uitzicht onderweg.

Daarmee is dus niet gezegd dat we geen verlangens meer mogen hebben om onszelf te ontwikkelen of te verbeteren. Integendeel! Maar niet op basis van bovengenoemde illusie. Als we die kunnen doorgronden en tegelijkertijd verlangens hebben om onszelf te ontwikkelen is daar helemaal niks mis mee. De kunst is om datgene te waarderen wat we reeds aan het doen zijn of hebben bereikt, zonder hier direct iets mee te willen doen, veranderen of verbeteren. Om goed genoeg, genoeg te laten zijn.

* Met dank aan Sydney Leijenhorst, Rob Preece, Kenneth Gergen en Mantak Chia voor de nodige inspiratie, teksten en inzichten. En dankzij de boeiende gesprekken en reflecties van de mensen om mij heen die net als ik stoeien met deze thematiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *